De invloed van biopolitiek op de politiek van klimaatverandering in het Antropoceen

Inleiding

Volgens het KNMI is de ‘kans op extreem weer zoals hittegolven, zware neerslag of droogte de laatste jaren toegenomen’[1]. De samenleving kan veel schade oplopen door de extreme weersomstandigheden; computerberekeningen laten zien dat in de 21e eeuw het klimaat extremer wordt[2]. In de zomer van 2021 zijn al enkele voorbeelden van klimaatverandering zichtbaar: zo is in België, Nederland en Duitsland veel wateroverlast geweest en zijn in onder meer Turkije, Griekenland en Italië door de extreme hitte bosbranden ontstaan[3]. De schade binnen de EU bedraagt in 2021 al zo’n €14 miljard en bij een stijging van de temperatuur met 3 graden kan de schade oplopen naar wel €170 miljard[4] per jaar. Het lijkt gelet op voorstaande voorbeelden dus wel duidelijk dat er door nationale overheden iets gedaan moet worden om de schade te beperken. Indien dat niet gedaan wordt, dan loopt de schade op tot vele miljarden.

De term biopolitiek is uitgewerkt en populair geworden door Michel Foucault.[5] In het kort wordt met het begrip biopolitiek aangeduid dat er politieke systemen zijn die biomacht uitoefenen. Biomacht duidt een vorm van uitvoering van macht aan door het reguleren van het sociale en biologische leven van burgers op grote schaal.[6] Voorbeelden van biomacht zijn genocide en eugenetica, omdat deze vormen van biomacht een grote invloed uitoefenen op het sociale en biologische leven van burgers. Voordat Foucault eind jaren 70 enkele colleges gaf over biopolitiek, waren er al andere filosofen die zich met dit onderwerp hebben bezig gehouden. Aan de hand van de politieke economie in de 18e eeuw probeert Foucault aan te tonen hoe biopolitiek wordt gebruikt om de maatschappij/populatie bestuurbaarder te maken. Een van de critici op de ideeën van Foucault is Sergei Prozorov, een professor politieke wetenschap in Finland die regelmatig over biopolitiek en Rusland/haar voorganger geschreven heeft. Prozorov is kritisch op de ideeën van Foucault, voornamelijk op het punt dat door biopolitiek de democratie nadelig zal worden beïnvloed. 

Het kunnen besturen van de populatie is belangrijk om klimaatverandering tegen te kunnen gaan. Zodra het over klimaatpolitiek gaat, kan al snel een link worden gelegd met biopolitiek.

Voorbeelden van ingrijpen op biologisch niveau zijn de eenkindpolitiek dat enkele decennia in China heeft gegolden, het extra belasten van benzine door accijns of het mogelijk gunstig belasten van vegetarisch voedsel via de BTW. Uit vele wetenschappelijke onderzoeken is gebleken dat klimaatverandering een van de grootste problemen van deze tijd is[7]. Over de exacte (nadelige) gevolgen van klimaatverandering wordt gediscussieerd in de maatschappij en door politieke partijen. Voorbeelden van mogelijke veranderingen zijn het smelten van de ijskappen, de verhoging van de zeespiegel en de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde. Hiervoor moeten oplossingen gevonden worden, omdat er anders vele mensen in de problemen komen. Het merendeel van de, in ieder geval Nederlandse, bevolking zal het er waarschijnlijk over eens zijn dat maatregelen benodigd zijn om de nadelige gevolgen van klimaatverandering tegen te gaan.   

In dit paper zal eerst worden ingegaan op de ideeën van Foucault, waarmee het begrip biopolitiek nog nader zal worden uitgewerkt. Foucault is een handig beginpunt om duidelijk te maken wat de geschiedenis en toekomst van biopolitiek inhoudt. Vervolgens zal naar voren komen wat de positie van Prozorov is en wat ecomarxisme inhoudt, om daarna een vergelijking tussen de verschillende biopolitieke posities te kunnen maken.

Tot slot wil ik gaan aantonen of de notie van biopolitiek zoals Foucault het gebruikt wellicht te beperkt is en misschien moet worden aangevuld met de idee van Prozorov of het ecomarxisme. Mijn vermoeden is dat het begrip biopolitiek uitgebreider is dan Foucault in eerste instantie doet overkomen.

Tot slot zal een conclusie volgen waarmee de centrale vraag in dit paper wordt beantwoordt, namelijk:

Is een politieke reactie ten aanzien van klimaatverandering in het Antropoceen mogelijk die niet biopolitiek is?

  1. Het begrip biopolitiek en de ideeën van Foucault[8] [9]

In deze paragraaf worden enkele begrippen, ideeën en ontwikkelingen beschreven die belangrijk zijn in het denken van Foucault, zoals biopolitiek, de ontwikkelingen in regeerstijl van de afgelopen decennia en de verschillende economische opvattingen. Hierbij is gebruik gemaakt van de interpretatie van Michael Peters ten aanzien van de lezingen van Foucault, omdat Peters een duidelijke, ingekorte weergave geeft van Foucaults ideeën. Het beschrijven hiervan is belangrijk om in de volgende paragraaf de ideeën van Sergei Prozorov te kunnen begrijpen.

Eind jaren ’70 gaf Foucault enkele cursussen aan het Collège de France, een onderzoeksinstituut in Parijs, over de belangrijkste vormen van neoliberalisme: drie Duitse theoretische scholen van het Duitse ordeliberalisme, de Oostenrijkse school van Hayek en het Amerikaanse neoliberalisme van de school Chicago. Een van de grootste inzichten van Foucault op het gebied van governmentality is de cruciale link in het liberalisme tussen de  governmentality van het individu/zelf en de governmentality van de Staat.[10]

Een van de belangrijkste begrippen die Foucault gebruikt in zijn analyse van biopolitiek is governmentality. Governmentality/bestuurbaarheid gaat over georganiseerde praktijken (technieken, rationaliteiten, mentaliteit) waardoor subjecten geregeerd worden, oftewel de kunst van regeren[11]. In het neoliberalisme hebben actoren zoals burgers en bedrijven een belangrijke invloed op hoe de overheid regeert.

Biopolitiek is een begrip over politieke praktijken die het biologische leven van mensen centraal stelt, probeert te beïnvloeden, te sturen of te beschermen. Een (extreem) voorbeeld van biopolitiek is zelfmoordterrorisme, waarbij het eigen lichaam als wapen wordt ingezet. Het ware object van beleid wordt de populatie: de Staat heeft als het ware de taak van verzorgers van mensen op zich genomen.[12]

Staten oefenen een bepaalde macht uit over hun burgers in een bepaald grondgebied.[13] Veel westerse maatschappijen c.q. Staten zijn gebaseerd op vrijheidsprincipes en de rule of law: de Staat werd gelegitimeerd door politieke filosofen van enkele eeuwen terug die over democratie en ander Staatsvormen nadachten. Historisch gezien werd in veel westerse maatschappijen gebruik gemaakt van machtstechnieken gebaseerd op disciplinaire orde of biopolitieke technieken (bijvoorbeeld door het hebben van een groot leger of door christenen die dreigen met spirituele straffen).

Het begrip biopolitiek heeft een lange geschiedenis: een beschrijving van die geschiedenis is belangrijk om de biopolitiek beter te begrijpen. Vanaf de 16e eeuw vermengde economie en politiek vanwege het uiteenvallen van feodaliteit en het optuigen van nieuwe Staten. Naar de ideeën van Machiavelli moest de kunst van regeren begrepen worden als het besturen van een familie, met als centraal concept de economie. Aan het einde van de 16e eeuw kreeg deze nieuwe, economische regeringskunst de formulering van ‘reason of state’, omdat de rationaliteit van regeren de aard van de Staat benadrukt. De principes van regeren zijn niet langer gebaseerd op filosofische of goddelijke ideeën, maar voornamelijk op de populatie binnen een grondgebied. Met het begrip populatie kwam een nieuw politiek en statistisch concept tot stand, waarmee de overheid binnen een Staat kan individualiseren en totaliseren. Foucault heeft de nieuwe regeringstechniek bestudeerd, omdat het een nieuwe vorm van biopolitiek is. De populatie wordt namelijk gezien als massa van levende en naast elkaar bestaande wezens, die gezamenlijke (biologische) kenmerken hebben.[14]

In de vierde lezing van de reeks aan het Collège de France beschrijft Foucault de angst voor de Staat in de jaren ’20 van de vorige eeuw, wat voornamelijk zichtbaar was in Duitsland. De ontwikkelingen vanaf WOII zijn van grote invloed op de huidige manieren van regeren in westerse Staten. Na de Tweede Wereldoorlog hielpen de Verenigde Staten enkele West-Europese landen om de economie weer op gang te krijgen. In deze periode kwam Erhard met het politiek-economische concept van de sociale markteconomie, wat van grote invloed was op de post-oorlog maatschappij in Duitsland en andere delen van Europa. Een economisch systeem gebaseerd op vrije marktprincipes, gericht op het garanderen van economische efficiëntie en sociale rechtvaardigheid met een hoge mate van individuele vrijheid waren belangrijk. Voor Foucault is de sociale teint in het economische systeem belangrijk. De overheid heeft in het systeem een belangrijke regelende rol bij het creëeren van een juridisch framework voor marktaspecten waarbij zowel competitie als het sociale aspect een rol spelen.[15]

Pure competitie en het prijsmechanisme waren volgens neoliberalen belangrijk voor de regulatie van de economie. Volgens Foucault ontstaan er problemen met regeren in enkele landen door monopolies en de politieke maatschappij.[16]

In de analyse van Foucault kwam de ontwikkeling van het economische liberalisme naar voren. Nieuwe, globale neoliberale ideeën als de Wereldbank werden ontwikkeld. Tegenwoordig is steeds meer sprake van globalisatie en consumentisme, waarbij de consument tegelijkertijd een burger is. Privaat gefundeerde publieke diensten zoals de NS zijn in opkomst, waardoor de vraag is in hoeverre de markt nog sociaal is. Als doelen van analyse heeft Foucault het volgende aangegeven: 1. Het centraal staan van de rule of law voor het liberalisme en de notie van individuele eigendomsrechten, 2. De constitutie van vrijheid in verschillende historische vormen, 3. De link tussen het regeren van de Staat en regeren van het Zelf. Het laatste punt is volgens Foucault het belangrijkste.[17]

Een voorbeeld dat Foucault gebruikt in de collegereeks Sécurité, territoire, population om ‘de bevolking als verzameling van individuen met specifieke kenmerken’[18] te typeren (in de zin van biopolitiek) is het functioneren van een zogenaamde medische politie. Die heeft als taak om informatie te verzamelen en toezicht houden op burgers die in een bepaald land leven. Door het bijhouden van een uitgebreide administratie kan tot volledige kennis over de gezondheid van de bevolking gekomen worden. Met behulp van statistieken en begrippen als geval, gevaar, risico en crisis kan door de medische politie bepaald worden wat (qua ziekte) gevaarlijk is en hoe groot de kans is dat iets uitgroeit tot een crisis.[19]

Het verband tussen neoliberalisme en klimaatverandering in het Antropoceen is dat bedrijven en burgers een grote mate van vrijheid hebben om te kiezen hoe de bedrijfsvoering en het leven worden ingevuld. Bedrijven kunnen zich bijvoorbeeld gedwongen voelen om maatregelen te nemen om het milieu te verbeteren of om schade te voorkomen. Recente voorbeelden daarvan zijn de veroordeling van Shell tot het verminderen van de CO2-uitstoot[20] en de Urgenda-uitspraak[21], waarin de nationale overheid door de rechter is aangespoord om snel voldoende maatregelen te nemen om de milieuschade te beperken. Ook burgers hebben de vrijheid om gunstige maatregelen ten behoeve van het milieu te nemen, bijvoorbeeld door het nemen van zonnepanelen en door in het huis van het gas af te gaan. De nationale overheid of lokale overheidsinstanties kunnen ook bijdragen aan het helpen van het milieu, bijvoorbeeld door het plaatsen van windmolens of door het mijden van oude, vieze auto’s in de binnenstad. De maatregelen dienen vaak een economische prikkel/doel te hebben, door bijvoorbeeld het besparen van energiekosten. Dat kan bedrijven, burgers en overheidsinstanties over de streep trekken om maatregelen te nemen. 

In de ideeën van Foucault komt naar voren dat iedereen via biopolitiek zijn eigen belangen kan nastreven; via biopolitiek moeten voorwaarden geschept worden waardoor elke burger op een optimale wijze zijn eigen behoeften kan vervullen. Een recent voorbeeld van biopolitiek is het gebruiken en onderhouden van dijken bij wateroverlast[22]. Burgers die worden blootgesteld aan de gevaren van water worden via dijken zo veel mogelijk beschermd en indien nodig worden burgers geëvacueerd. De schade die individuen lijden wordt door de overheid hiermee zo veel mogelijk beperkt.


1.1 Mogelijke problematiek ten aanzien van het neoliberalisme en biopolitiek

Een politieke, neoliberale reactie op het klimaatprobleem in het Antropoceen dat biopolitiek is, lijkt in de opvatting van Foucault benodigd. Zonder ingrijpen van de politiek kan het namelijk langer duren dan nodig voordat burgers en ondernemingen actie ondernemen. Overheden dienen derhalve een voortrekkersrol te hebben.

 Het voorkomen van de nadelige gevolgen is gericht op het beschermen van het biologische leven van mensen, waardoor klimaatverandering en biopolitiek moeilijk van elkaar te scheiden lijken te zijn. Door het stijgen van de zeespiegel zullen miljoenen mensen in de toekomst moeten vluchten omdat ze geen huis meer hebben: een te verwachten gevolg van de klimaatverandering en een voorbeeld van biopolitiek. Doordat Nederland onder de zeespiegel ligt, is het juist voor Nederland van belang dat er voldoende maatregelen worden genomen. Indien er niet voldoende gedaan wordt, zullen veel burgers en bedrijven schade oplopen.

In de wetenschap lijkt men het er over eens te zijn met de voorspelling dat de komende decennia de temperatuur op aarde zal gaan stijgen met minstens 1.5-2 graden[23]. Als gevolg daarvan zullen onder meer ijskappen smelten en zal de stand van het water hoger worden. Voornamelijk lager gelegen eilanden en landen zoals Nederland zullen de negatieve gevolgen daarvan kunnen ervaren. Noodzakelijk lijkt het dus dat er maatregelen worden genomen om ofwel de CO2-uitstoot ofwel de gevolgen van de uitstoot te beperken.

Het verminderen van het gebruik van plastic is een voorbeeld van een neoliberale maatregel waarbij politiek en bedrijfsleven samenwerken. Sinds 1 juli 2021 mogen fabrikanten van plastic flesjes geen flesjes meer produceren waarop geen statiegeld meer zit. Een relatief groot percentage aan consumenten, namelijk zo’n 10 procent, vergeet echter om de statiegeldflesjes in te leveren[24]. De meerderheid van de gebruikers van plastic flesjes zamelt de plastic wel in, wat gunstig kan uitpakken voor het milieu. Er verdwijnt namelijk minder plastic in de natuur, waardoor minder moeilijk afbreekbare spullen een gevaar kunnen vormen voor dieren en planten.

Tegenwoordig lijken veel consumenten zich bewust van de milieuproblematiek. Ongeveer 79% van de consumenten blijkt uit onderzoek het koopgedrag te veranderen voor sociale verantwoordelijkheid, inclusiviteit en milieu-impact[25]. Voor sommige enorme bedrijven, zoals Shell, kan het echter lastig zijn om een evenwicht te vinden in winstbelang en maatschappelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van milieu. Consumenten die zuinig willen leven, moeten wel terecht kunnen bij bedrijven die duurzaam zijn. Het kan echter lastig te bepalen zijn welk bedrijf daadwerkelijk milieubewust onderneemt.

Binnen het neoliberalisme is de handelsvrijheid een belangrijk concept, maar het kan  daardoor voor overheden soms wel lastig zijn bedrijven te dwingen tot het ondernemen van actie. Bedrijven als Shell, Amazon en Apple hebben een enorm financieel vermogen; de omzet van dit soort bedrijven is soms hoger dan het bbp van enkele landen. Het afdwingen van maatregelen is dus niet gemakkelijk voor overheden, waardoor de ontwikkelingen van gunstige milieumaatregelen soms traag kan verlopen. Daar tegenover staat dat als de vraag onder consumenten naar duurzame producten groter wordt, dat bedrijven zich gedwongen kunnen voelen te innoveren om die duurzame producten te kunnen leveren.

  1. Het belangrijke, nauwelijks behandelde socialisme in samenhang met biopolitiek[26]

Zoals Sergei Prozorov terecht opmerkt is het enigszins verrassend dat Foucault in zijn studie naar de biopolitiek nauwelijks spreekt over het socialisme zoals dat gegolden heeft in de voormalige Sovjet-Unie. Aangezien het socialisme en het communisme belangrijke politieke stromingen waren in de 20e eeuw, worden deze stromingen in deze paragaaf en de subparagraaf behandeld.[27] Een van de weinige stukken uit de jaren ’70 over het socialisme heeft als titel ‘Society Must be Defended’. Volgens Foucault is de rationaliteit van de Sovjet-Unie racisme, wat betekent dat individuele burgers verschillend van elkaar worden behandeld.  Prozorov reageert min of meer op de ideeën van Foucault: beide filosofen kijken anders naar de socialistische manier van politiek in de Sovjet-Unie. In deze paragraaf zal beoordeeld worden of het socialisme en het nazisme gunstig kunnen zijn voor het klimaat.

Bij de genealogie van de Sovjet-Unie richt Foucault zich op racisme, terwijl vanaf eind 19e eeuw juist het begin van een klassenstrijd ontstond in de Sovjet-Unie. Volgens Prozorov dient er een onderscheid gemaakt te worden tussen klassenstrijd en racisme, aangezien verschillende rassen in dezelfde klasse kunnen vallen.[28] Racisme en klassenstrijd lijken op het eerste oog wellicht moeilijk in verband met biopolitiek gebracht te kunnen worden. Het verschillend behandelen van individuen of groepen van individuen kan echter wel degelijk worden toegepast in de biopolitiek. Als bijvoorbeeld alle linkshandigen twee keer zo veel milieubelasting moeten betalen, omdat ze zogenaamd meer Co2 uitstoten, dan kan dat een vorm van racisme zijn. Een rechtvaardiging hiervoor is moeilijk te bedenken. Dat autorijders meer milieubelasting aan de overheid moeten betalen dan niet-autorijders, is echter wel te verklaren en dit is dan ook geen vorm van racisme. Autorijders stoten namelijk meer Co2 uit dan niet-autorijders. Mensen die tot een hogere klasse behoren, zullen over het algemeen vaker een auto kunnen bekostigen dan mensen uit een lagere klasse. Hierbij is dus wel sprake van een te rechtvaardigen onderscheid tussen klassen.

In de sociale wetenschappen is de problematiek die Foucault beschrijft over de biopolitiek steeds invloedrijker geworden. De voornaamste contexten van onderzoek gaan over het nazisme en het (neo)liberalisme, waarbij de derde belangrijkste stroming uit de 20e eeuw als het ware vergeten lijkt te zijn. Het onderzoek naar neoliberalisme is vaak positief. Studies over het nazisme zijn over het algemeen gezien negatief, aangezien er verschrikkelijke dingen zijn gebeurd onder het mom van nazisme. Opvallend is dat het socialisme als soort tussenweg van liberalisme en nazisme niet of nauwelijks besproken is.[29]

Het vermeende gebrek aan interesse in de socialistische biopolitiek valt wellicht te herleiden tot de originele ideeën van Foucault omtrent de biopolitiek van de jaren ’70. Doordat de Sovjet Unie of het socialisme vrijwel nergens besproken wordt, zijn andere lezingen en interviews dan ‘Society Must be Defended’ van weinig waarde. Foucault behandelt de socialistische Sovjetervaringen onder de westerse rationaliteit, specifiek het onderdeel racisme. Dat volgens Prozorov het socialisme onterecht onder de rationaliteit van racisme valt, wilt nog niet noodzakelijk zeggen dat Foucault totaal verkeerd zat in zijn analyse. Prozorov meent dat de rationaliteit van het socialisme klassenstrijd is, wat enigszins op racisme lijkt.[30] Als een persoon met een Turkse achtergrond anders wordt behandeld omdat diegene ‘simpel’ werkt doet als schoonmaker, dan kan zowel sprake zijn van racisme als klassenstrijd. Indien degene die de persoon met Turkse achtergrond anders behandelt een autochtone achtergrond heeft en rechter is, dan kan ‘de Nederlander’ discrimineren ten opzichte van  ‘de Turkse persoon’. Als persoon kan de rechter echter ook minachting hebben voor een schoonmaker, die zogenaamd van een lagere klasse is. Dat is het geval als de rechter als van een hogere klasse wordt beschouwd dan de schoonmaker.

De simpele verklaring voor de geringe aandacht voor het socialisme is dat Foucault (en andere Franse intellectuelen) voornamelijk Eurocentrisch waren. Deze verklaring is echter te eenvoudig, aangezien Foucault regelmatig schrijft en spreekt over de Sovjet-Unie. De teksten van Foucault suggereren dat volgens hem het socialisme te weinig onderscheidend of uniek is. Binnen de Sovjet-Unie en het socialisme werd regelmatig gebruik gemaakt van al bestaande ideeën of technologieën uit het neoliberalistische westen. Op macroniveau is de ideologie en het sociaaleconomische systeem van de USSR objectief duidelijk anders dan het westerse liberalisme, op microniveau lijken beide systemen op elkaar. Het belangrijkste onderscheid tussen de politieke/economische systemen heeft te maken met de partijdiscipline in de Sovjet-Unie.[31]

In de lezing Society Must be Defended heeft Foucault het over de biopolitieke rationaliteit van racisme, waarbij mensen worden uitgesloten op grond van ras en uiteindelijk worden vernietigd omdat ze tot een bepaald ras horen. In latere lezingen verdween het thema van racisme en werd ook het begrip biopolitiek minder benadrukt. Volgens Prozorov reflecteert het verlaten van de term biopolitiek een verlies aan interesse in het onderwerp. De analyse van biopolitiek is hiermee nog niet waardeloos geworden, omdat Foucault wel vaker concepten verliet.[32]

Binnen het socialisme is het collectieveren van het eigendomsrecht van productiemiddelen een belangrijk idee[33]. Het collectief heeft dan de uiteindelijke macht om te beslissen over machtsverdeling en goederen. Sommige groepen zullen wel de mogelijkheid hebben om gunstige maatregelen te nemen voor het klimaat en andere groepen niet. Als collectief kunnen alle Nederlanders relatief veel maatregelen nemen ter vermindering van de Co2-uitstoot. Mensen die in armoede leven, bijvoorbeeld in Zuid-Amerika, Afrika of Azië, zullen als collectief land vaak minder of niks te besteden hebben om gunstige maatregelen voor het klimaat te nemen. Mensen die bijvoorbeeld in Burundi leven, hebben nauwelijks geld om te kunnen overleven. Het is dan ook logisch dat de Burundezen als collectieve groep zich niet of nauwelijks bezig kunnen houden met klimaat. Binnen het socialisme zou ieder mens in principe even veel eigendom moeten hebben, maar feitelijk gezien zal dat moeilijk te regelen zijn.

In het socialisme heeft de Staat relatief veel macht, bij het nazisme heeft de Staat vrijwel absolute macht. In deze stromingen kan de Staat grotendeels zelf bepalen hoe de maatschappij wordt vormgegeven. Bij het regime van Hitler in de jaren ’30 en ’40 van de 20e eeuw werden bijvoorbeeld veel wegen aangelegd en kregen mensen van het Arische ras de voorkeur boven Joden. Voor sommige mensen was het dus makkelijker overleven dan voor anderen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is er veel schade aangericht aan de natuur, steden en bevolkingen, maar daar leek het nazistische regime nauwelijks waarde aan te hechten. Door het gebruik van onder meer chemische pesticiden zijn veel insecten vernietigd.[34] Ook was er bijvoorbeeld veel benzine en metaal nodig voor de industrie en het maken van wapens[35]. De bommen, kogels, wapens en voertuigen vergden veel van het klimaat, waardoor de natuur flink geleden heeft onder WOII. Ook bij andere oorlogen wordt er veel schade aangericht aan het milieu.

Bij het socialistische regime stuurt de Staat de mensen binnen de maatschappij grotendeels aan, waardoor de vrijheid voor burgers relatief beperkt is. Gelijkheid is een belangrijke waarde binnen het socialisme, wat op zich gunstig kan zijn. Indien iedereen precies genoeg te eten heeft en iedereen ongeveer eventueel bezittingen heeft, dan kunnen overschotten worden beperkt. Feitelijk gezien heeft het socialisme echter niet goed uitgepakt in de Sovjet-Unie: er waren veel arme mensen die nauwelijks te eten hadden[36]. Van een echte klassenstrijd is het nooit helemaal gekomen in de Sovjet-Unie. Na de val van het socialistische regime profiteerden een relatief kleine groep mensen van de chaos, waardoor de macht en bezittingen bij een kleine groep is gebleven.

Het socialisme en het nazisme hebben als stroming de potentie om een gunstig effect op het klimaat te hebben, aangezien de Staat zelfstandig snel dingen kan regelen. In de praktijk is echter meermaals bewezen dat deze stromingen geen bestaanswaarde hebben.

2.1 Ecomarxisme

De ideeën van Karl Marx hebben in de 20e eeuw voor enkele dodelijke regimes gezorgd, zoals de Sovjet-Unie van Lenin/Stalin en het China van Mao Zedong. Een verband tussen het marxistische, communistische denkgoed en het klimaatprobleem van tegenwoordig lijkt moeilijk denkbaar. Aangezien het socialisme en het communisme enige overeenkomsten heeft, zal in deze subparagraaf besproken worden wat de link tussen de ideeën van Marx en het klimaat is. Aangezien het socialisme en marxisme enigszins op elkaar lijken, kan een link tussen de stromingen worden gelegd. Het communisme heeft een belangrijke invloed gehad als politieke stroming in de 20e eeuw, waardoor behandeling van dit politiek idee belangrijk is.

In de literatuur van Marx is met regelmaat aandacht geschonken aan klimaatkritiek.  Volgens Foster, auteur van het in 2000 verschenen boek Marx’s Ecology: Materialism and Nature, is de grote kracht van Marx het materialisme. Het sociaaleconomische wordt gekoppeld aan het fysische, wat ook cruciaal is voor de ecologische wetenschap.[37] Tegenwoordig is duurzaamheid een belangrijk punt voor zowel consumenten als bedrijven. De bedrijven die zo goed mogelijk voor het milieu proberen te zijn, zullen bij sommige mensen de voorkeur krijgen boven bedrijven die veel schade toebrengen aan het klimaat. De bedoeling van Foster is niet om specifiek te zoeken naar argumenten voor de klimaatbeweging, maar om de relatie tussen de economie en klimaat te beschrijven. Marx heeft altijd aandacht gehad voor de verstoorde ecologische verhouding binnen het kapitalisme; de mens raakt niet alleen vervreemd van zijn werk, maar ook van de natuur.[38]

De benadering van Marx is volgens Jason Moore, hoogleraar sociologie aan Universiteit Binghamton, holistisch; het conflict tussen arbeid en kapitaal staat niet los van ecologie. De concepten van ‘mens’ en ‘natuur’ moeten grondig worden herdacht. Het woord ‘natuur’ dient volgens Moore zo veel mogelijk vermeden te worden, omdat daarbij te snel aan dingen zoals bomen en vogels wordt gedacht. Sommige fenomenen, zoals steden en het internet, behoren echter ook tot de natuur.[39]

Morton[40], auteur van het boek Human Kind, wil met behulp van de ideeën van Marx solidariteit kweken voor ‘nonhuman people’, oftewel niet-menselijke wezens. De theorie van Marx werkt dan beter, aangezien Morton betoogt dat mensen niet het centrum van de wereld vormen. In het kapitalisme bestaat voornamelijk aandacht voor de mens en het niet-menselijke wordt als ‘externaliteit’ beschouwd. Duurzaamheid kan daardoor bijvoorbeeld in termen van efficiëntie worden beschreven, terwijl het onderliggende klimaatprobleem hiermee niet wordt opgelost.

Volgens Jason Moore blijven echte schuldigen namelijk buiten schot, aangezien 42 van de rijkste mensen evenveel welvaart hebben als de armste 3.7 miljard mensen. De verantwoordelijkheid voor het klimaatprobleem moet derhalve niet worden afgeschoven worden op arme mensen, aangezien arme mensen vrijwel geen geld hebben om het grote klimaatprobleem op te lossen. De term ‘Capitoloceen’ dekt volgens Moore de lading beter, aangezien niet de mens maar het economische systeem dat we hebben opgetuigd het probleem is. Het streven naar meer kapitaal vergroot problemen als de plastic soep in oceanen en ontbossing. Wellicht kan via een vorm van ecomarxistische biopolitiek maatregelen worden genomen om de rijke landen/mensen/bedrijven te dwingen om met concrete maatregelen te nemen en om die maatregelen te bekostigen.

Om gunstige maatregelen voor het klimaat te nemen door bijvoorbeeld minder Co2 uit te stoten, dienen voornamelijk vermogende mensen, bedrijven en landen actie te ondernemen. Het kleine, rijke collectief dient het grote, arme collectief als het ware bij de hand te nemen. Door bijvoorbeeld elektrische auto’s te ontwikkelen of door het plaatsen van zonnepanelen, wordt de Co2-uitstoot op termijn verminderd. De kritiek vanuit het ecomarxisme op het kapitalisme lijkt te rechtvaardigen, aangezien bedrijven nog te vaak in het eigenbelang denken. Het nemen van gunstige milieumaatregelen kan soms namelijk in strijd zijn met het economische belang van een bedrijf. Shell zal bijvoorbeeld relatief snel de bedrijfsvoering moeten aanpassen om economisch levensvatbaar te blijven. Zodra het collectief actie onderneemt, kan de milieuproblematiek gezamenlijk worden aangepakt. Dat kan een gunstig effect hebben op de snelheid van de te nemen maatregelen. Het ecomarxisme zou derhalve als vorm van biopolitiek in de zin van Foucault genoemd kunnen worden.

  1. Een vergelijking tussen de opvattingen

Zoals in de eerste paragraaf te zien was, heeft Foucault voornamelijk naar de verhouding tussen (neo)liberalisme/nazisme en biopolitiek gekeken. Door Prozorov is voornamelijk naar de verhouding tussen socialisme en biopolitiek gekeken. In het ecomarxisme wordt het communistische gedachtengoed gecombineerd met de klimaatproblematiek. De vraag kan gesteld worden wat deze politieke opvattingen van doen hebben met klimaatverandering. Het antwoord daarop is dat deze opvattingen leidend zijn geweest in een groot deel van Europa van de 20e en 21e eeuw. Het is dan ook logisch om deze politieke opvattingen in samenhang met klimaatverandering te bespreken, aangezien de manier van regeren mede bepaalt hoe en welke maatregelen worden genomen.

In liberale landen zal de biomacht gedeeltelijk in handen zijn van de Staat en gedeeltelijk in handen van de markt(partijen). In Nederland zijn grote ondernemingen als Shell en Ahold Delhaize een voorbeeld van partijen die door hun grootte macht kunnen uitoefenen op het Nederlandse beleid. Deze ondernemingen zorgen voor veel belastinginkomsten, waarmee de Staat een gedeelte van haar inkomsten verkrijgt. In socialistische landen, zoals de voormalige Sovjet-Unie, zal de biomacht voornamelijk in handen van de overheid zijn. Na het uiteenvallen van de Unie waren er vele slimme ondernemers die een miljoenen of- miljardenbedrijf oprichtten, omdat de Sovjet-Unie van een socialistische Staat in een liberale Staat veranderde.

Nederland is de op een na grootste landbouwexporteur van de wereld, wat veel geld oplevert.[41] De voedselvoorziening is grotendeels in handen van private partijen, die voedsel naar het buitenland exporteren. In liberale landen is het dus mogelijk dat andere landen van voedsel worden voorzien. In communistische/socialistische landen is het uiteindelijke doel om de overheid ‘omver te werpen’, waardoor de samenleving autarkisch wordt. De burgers dienen uiteindelijk dus zelfvoorzienend te worden in de voedselproductie en het besturen van zichzelf, zodat iedereen een min of meer gelijke positie heeft. Uit het uiteenvallen van de Sovjet-Unie blijkt dat het communisme geen garantie is voor succes.

Hoewel het neoliberalisme in veel westerse landen overheerst, is het onduidelijk of dit wel de beste biopolitieke Staatsvorm is. Monopolies van ondernemingen kunnen er voor zorgen dat er nauwelijks andere bedrijven op de markt kunnen komen om nieuwe of betere technieken te ontwikkelen. Grote ondernemingen als Samsung of Apple hebben veel macht op de markt, waardoor het voor andere smartphonebedrijven moeilijk wordt om een goede positie te verkrijgen. Bovendien kan in sommige gevallen worden afgevraagd wie verantwoordelijk is voor het nemen van maatregelen en wie de nadelige gevolgen van bepaald handelen op zich moet nemen. De nationale overheden lijken aan biomacht in te boeten doordat grote bedrijven door de hoge economische omzet en waarde invloed kunnen uitoefenen op beleid.

Ondernemingen als Air France KLM veroorzaken veel schade aan het klimaat door uitstoot van CO2. De Nederlandse en Franse overheid profiteren echter wel van de vele landingen van vliegtuigen op bijvoorbeeld Schiphol. Voor nationale overheden kan de economische prikkel er voor zorgen dat er niet op tijd voldoende maatregelen genomen worden. Een extra vliegveld in Almere levert zowel de vliegtuigmaatschappijen als de overheid geld op, maar er is een ongunstig effect op het klimaat. Het lijkt daarom goed als ondernemingen en overheden gezamenlijk maatregelen nemen om het klimaat te verbeteren. De inkomsten kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om betere motoren te ontwikkelen, waardoor minder kerosine nodig is. Het algemeen belang dat wordt behartigd door overheden en het winstbelang dat wordt behartigd door ondernemingen, kunnen echter uiteenlopen. Zowel het neoliberalisme als beschreven door Foucault als het socialisme beschreven door Prozorov heeft voordelen en nadelen. Het ecomarxisme lijkt de voordelen van zowel het socialisme als het kapitalisme te combineren. Rijke landen en ondernemingen kunnen blijven bestaan, maar als collectief moet er wel gunstige milieumaatregelen genomen worden. Het neoliberalisme en het socialisme op zichzelf lijken in hun uiteindelijke vorm beide niet ideaal. Als een soort middenweg is ecomarxisme dus een goede manier om biopolitiek te bedrijven.

  1. Conclusie

De hoofdvraag die in dit paper centraal staat, is: Is een politieke reactie ten aanzien van klimaatverandering in het Antropoceen mogelijk die niet biopolitiek is? Het korte antwoord hierop is nee. Het biologische leven van mensen wordt hoe dan ook centraal gesteld in de besproken politieke systemen. Staten hebben verschillende methoden/manieren om het leven van mensen te sturen, te beïnvloeden of te beschermen. Het voornaamste doel bij de negatieve gevolgen van klimaatverandering is het beschermen van burgers tegen de natuur.

Het kiezen van het politieke systeem dat het beste werkt als politieke reactie tegen klimaatverandering lijkt lastig, omdat er vele verschillende Staatsvormen bestaan. Aangezien het klassieke liberalisme en het daaropvolgende neoliberalisme met een parlementaire democratie al zo lang stand houdt, lijkt het neoliberalisme het beste te werken om de economie te stimuleren en de juiste maatregelen te nemen. Het is niet voor niks zo dat het liberalisme al eeuwenlang standhoudt in de (westerse) wereld en dat andere vormen zoals het socialisme niet of minder lang stand houdt. Het ecomarxisme lijkt echter een potentieel betere manier om het klimaat te ‘beschermen’.

Aan klimaatverandering en enkele negatieve gevolgen daarvan lijken we als mensheid helaas niet te ontkomen. Toch is het verstandig om de gevolgen zo veel mogelijk te beperken, omdat de schade anders nog groter wordt dan gehoopt. Aan rijke, neoliberale landen is het de taak om de voorhand te nemen in het verzinnen van goede, betaalbare maatregelen. Veel westerse landen hebben de luxe om zich druk te kunnen maken over het klimaat. Op dit moment zijn er miljoenen, zo niet miljarden mensen die bezig zijn met overleven. Voor hen is het klimaat van groot belang, maar juist voor arme mensen is het moeilijk om maatregelen door te voeren. Het is te hopen dat binnen enkele decennia door overheden en bedrijfsleven genoeg maatregelen zijn doorgevoerd om de negatieve gevolgen zo veel als mogelijk beperkt te houden.

Naast het nemen van concrete maatregelen om de broeikasgassen te verminderen in uitstoot, zal dus ook in scenario’s gedacht moeten worden. In sommige situaties zal de schade wellicht meevallen, terwijl het ook denkbaar is dat er miljoenen mensen zullen overlijden als gevolg van overstromingen, droogte en voedseltekorten. Onzeker is nog hoe erg de menselijke toekomst nadelig wordt beïnvloed door het milieu. De mensheid heeft in de afgelopen eeuwen wel vaker hele moeilijke tijden doorstaan en uiteindelijk zal de mensheid zich waarschijnlijk wel aanpassen aan de nieuwe werkelijkheid. Als de coronatijd ons iets geleerd heeft, is dat mensen al dan niet gewild in staat zijn zich snel aan te passen aan veranderde omstandigheden.

Als mensheid is het moreel goed om solidair aan elkaar te zijn in de zin dat zo veel mogelijk landen en mensen geholpen moeten worden met het nemen van maatregelen. Het is te verwachten dat de maatregelen vele miljarden euro’s zal kosten, maar het beschermen van de aarde en de mensheid is dat bedrag zeker waard. Wat is er tenslotte belangrijker dan het in stand houden van de mens? Technologische vooruitgang moet daarbij zo veel als mogelijk gestimuleerd worden, om ervoor te zorgen dat mensen door middel van techniek de natuur een handje kan helpen.

Hoe meer mensen geboren worden, des te belangrijker het is om snel met goede maatregelen en technieken te komen. De westerse overheden en ondernemingen dienen dus op de markt ervoor te zorgen dat de wereld waarin we leven zo goed als mogelijk intact blijft. Als Nederland hebben we het voordeel dat we welbekend zijn met de gevaren van water, waardoor Nederland wellicht een belangrijke rol kan spelen in het meehelpen bij het uitvoeren van de maatregelen. In de neoliberale economie is het verdienen van geld een belangrijk onderdeel, dus in dat opzicht kan Nederland wellicht profiteren van de klimaatverandering. Dat klinkt enigszins luguber, maar dat is hoe de westerse economie werkt. De kans is groot dat veel mensen op de vlucht slaan, van Afrika naar Nederland en van Nederland wellicht naar Duitsland. Voor de westerse wereld zal de invloed van de klimaatverandering niet onderschat moeten worden, ondanks de grote rijkdom.

Aan de politiek is het dus de taak om goed beleid te bedenken voor op de middellange en lange termijn, waar toekomstige regeringen concreet mee aan de slag kunnen. Aangezien de korte termijn soms te veel overheerst, is het belangrijk dat politici er echt van overtuigd raken dat zo snel mogelijk goede plannen verzonnen moeten worden. Nederland is al op de vingers getikt door de rechter, waarmee duidelijk is dat actie geboden is. Het ondernemen van actie kan beter laat dan nooit gebeuren. Ook ondernemingen dienen zo snel mogelijk klimaatvriendelijke maatregelen te nemen, waardoor burgers/consumenten gemotiveerd raken om ook goede dingen voor het klimaat te doen. Het handelen door burgers alleen is onvoldoende, het is belangrijk dat iedereen in Nederland zo goed als mogelijk meewerkt aan het nemen van verantwoorde maatregelen. 

Bibliografie

Boeken


Bonneuil, Christophe and Fressoz, Jean-Baptiste. The Shock of the Anthropocene – The Earth, History and Us, vertaling David Fernbach. London/New York: Verso 2016.

Foster, John Bellamy. Marx’s Ecology: Materialism and Nature. New York: Monthly Review Press 2000.

Foucault, Michel. The Birth of Biopolitics, edited by Michel Snellart. New York: Palgrave Macmillan 2008.

Morton, Timothy. Humankind – Solidarity with Non-Human People. Londen/New York: Verso Books 2017.

Tijdschriften


Peters, Michael. A.  ‘’Foucault, biopolitics and the birth of neoliberalism,’’ Critical Studies in Education, 48:2 (2007): 165-178. Voor het laatst geraadpleegd op 16 augustus 2021. doi: 10.1080/1750848070149421.

Prozorov Sergei. ‘’Foucault and Soviet biopolitics’’, History of the Human Sciences, Vol. 27(5)  (2014): 6-25. Voor het laatst geraadpleegd op 16 augustus 2021. doi: 10.1177/0952695114537636.

Schuilenberg, Marc en Tuinen, Sjoerd van. ‘’Michel Foucault: biopolitiek en bestuurlijkheid’’, Krisis – Tijdschrift voor actuele filosofie (2009): 3. Voor het laatst geraadpleegd op 16 augustus 2021.

Krantenartikelen

Auteur onbekend, ‘’Urgenda dreigt met rechtsgang als kabinet geen werk maakt van klimaatdoelen’’, NOS Nieuws, 7 mei 2021.

Redactie binnenland, ‘’Consument vergeet nog vaak statiegeldflesjes in te leveren’’, Reformatorisch Dagblad, 2 augustus 2021.

Rijt, Franka van der. ‘’Inspectie waterschap na zomerzondvloed: ‘Dijken hebben zich goed gehouden’’’, AD, 27 juli 2021.

Rootselaar, Anita van. ‘’Extreme weersfenomenen door klimaatverandering: ‘We zijn laat, maar niet té laat’’’, AD, 3 augustus 2021.

Schelfaut, Sanne. ‘’Nederland is de op een na grootste landbouwexporteur ter wereld’’, AD, 17 januari 2020.

Tielbeke, Jaap. ‘’Het Shell-vonnis heeft gevolgen voor grootvervuilers wereldwijd’’, De Groene Amsterdammer, 2 juni 2021.

Rapport

Auteur onbekend, ‘’IPCC-rapport over opwarming van de aarde tot 1.5 graden celsius’’, KNMI, 8 oktober 2018, https://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/ipcc-rapport-over-opwarming-van-de-aarde-tot-1-5-c. Voor het laatst geraadpleegd op 9 april 2021.

Kloosterman, Rianne, en Akkermans, Math en Reep, Carin en Wingen, Marleen en Molnár – In ’t Veld, Hermine en van Beuningen, Jacqueline: ‘’Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020’’, CBS Publicatie (2021), Hoofdstuk 2, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021.

Onderzoek: 79% van de consumenten verandert koopgedrag op basis van sociale verantwoordelijkheid, inclusiviteit of milieu-impact, 9 juli 2020, https://www.duurzaam-ondernemen.nl/79-van-de-consumenten-verandert-koopgedrag-op-basis-van-sociale-verantwoordelijkheid-inclusiviteit-of-milieu-impact/, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021.

Website

‘’Extreem weer’’, Uitleg over, KNMI, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021, https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreem-weer

‘’Karl Marx’’, filosofie.nl, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021, https://www.filosofie.nl/filosoof/karl-marx/.

‘’The Soviet Union: poverty and inequality’’, Nintil, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021, https://nintil.com/the-soviet-union-poverty-and-inequality/

Rechterlijke uitspraak

HR 20 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:2006 (Urgenda).

[1] ‘’Extreem weer’’, Uitleg over, KNMI, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021, https://www.knmi.nl/kennis-en-datacentrum/uitleg/extreem-weer.

[2] Idem.

[3] Anita van Rootselaar, ‘’Extreme weersfenomenen door klimaatverandering: ‘We zijn laat, maar niet té laat’’’, AD, 3 augustus 2021.

[4] Idem.

[5] Michael A. Peters, ‘’Foucault, biopolitics and the birth of neoliberalism’’, Critical Studies in Education, (2007), 48:2, 167-168, voor het laatste geraadpleegd op 14 augustus 2021, doi: 10.1080/1750848070149421.

[6] Peters, ‘’Foucault, biopolitics and the birth of neoliberalism’’, 168.

[7] Rianne Kloosterman et al, ‘’Klimaatverandering en energietransitie: opvattingen en gedrag van Nederlanders in 2020’’, CBS Publicatie (2021), Hoofdstuk 2, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021.

[8] Michel Foucault, The Birth of Biopolitics, edited by Michel Snellart. New York: Palgrave Macmillan 2008.

[9] Peters, ‘’Foucault, biopolitics and the birth of neoliberalism’’, 165-178.

[10] Peters, ‘’Foucault, biopolitics and the birth of neoliberalism’’, 165. Foucault, the Birth of Biopolitics, 15.

[11] Peters, ‘’Foucault, biopolitics and the birth of neoliberalism’’, 166. Foucault, the Birth of Biopolitics, 17-18, 28.

[12] Ibidem.

[13] Peters, ‘’Foucault, biopolitics and the birth of neoliberalism’’, 167. Foucault, the Birth of Biopolitics, 37-39.

[14] Peters, ‘’Foucault, biopolitics and the birth of neoliberalism’’, 166-167.

[15] Peters, ‘’Foucault, biopolitics and the birth of neoliberalism’’, 169. Foucault, the Birth of Biopolitics, 89.

[16] Peters, ‘’Foucault, biopolitics and the birth of neoliberalism’’, 172. Foucault, the Birth of Biopolitics, 119, 134.

[17] Peters, ‘’Foucault, biopolitics and the birth of neoliberalism’’, 173. Foucault, the Birth of Biopolitics, 168-173.

[18] Marc Schuilenberg en Sjoerd van Tuinen, ‘’Michel Foucault: biopolitiek en bestuurlijkheid’’, Krisis – Tijdschrift voor actuele filosofie (2009): 3.

[19] Idem.

[20]  Jaap Tielbeke, ‘’Het Shell-vonnis heeft gevolgen voor grootvervuilers wereldwijd’’, De Groene Amsterdammer, 2 juni 2021.

[21] Auteur onbekend, ‘’Urgenda dreigt met rechtsgang als kabinet geen werk maakt van klimaatdoelen’’, NOS Nieuws, 7 mei 2021.

[22] Franka van der Rijt, ‘’Inspectie waterschap na zomerzondvloed: ‘Dijken hebben zich goed gehouden’’’, AD, 27 juli 2021.

[23]  IPCC-rapport over opwarming van de aarde tot 1.5 graden Celsius, KNMI, 8 oktober 2018, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021.

[24] Redactie binnenland, ‘’Consument vergeet nog vaak statiegeldflesjes in te leveren’’, Reformatorisch Dagblad, 2 augustus 2021.

[25]  Onderzoek: 79% van de consumenten verandert koopgedrag op basis van sociale verantwoordelijkheid, inclusiviteit of milieu-impact, 9 juli 2020, https://www.duurzaam-ondernemen.nl/79-van-de-consumenten-verandert-koopgedrag-op-basis-van-sociale-verantwoordelijkheid-inclusiviteit-of-milieu-impact/, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021.

[26] Sergei Prozorov, ‘’Foucault and Soviet biopolitics’’, History of the Human Sciences (2014), voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021, doi: 10.1177/0952695114537636.

[27] Prozorov, ‘’Foucault and Soviet biopolitics’’, 7-8.

[28] Prozorov, ‘’Foucault and Soviet biopolitics’’, 6.

[29] Prozorov, ‘’Foucault and Soviet biopolitics’’, 7-8.

[30] Prozorov, ‘’Foucault and Soviet biopolitics’’, 8.

[31] Ibid.

[32] Ibid.

[33] ‘’Karl Marx’’, filosofie.nl, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021, https://www.filosofie.nl/filosoof/karl-marx/. Marx heeft als een van de eersten dit idee bedacht.

[34] Christophe Bonneuil and Jean-Baptiste Fressoz, The Shock of the Anthropocene – The Earth, history and Us, vertaling David Fernbach (London/New York: Verso 2016), 88. 

[35] Bonneuil and Fressoz, The Shock of the Anthropocene – The Earth, history and Us, 89. 

[36] ‘’The Soviet Union: poverty and inequality’’, Nintil, voor het laatst geraadpleegd op 14 augustus 2021, https://nintil.com/the-soviet-union-poverty-and-inequality/

[37] John Bellamy Foster, Marx’s Ecology: Materialism and Nature, (New York: Monthly Review Press 2000).

[38] Idem.

[39] Idem.

[40] Timothy Morton, Humankind – Solidarity with Non-Human People, (Londen/New York: Verso Books 2017).

[41] Sanne Schelfaut, ‘’Nederland is de op een na grootste landbouwexporteur ter wereld’’, AD 17 januari 2020.

Plaats een reactie

tien − 2 =